Eerdere kunstenaars waren:
|

Yke Prins
Klinkenberggalerie 20 10 2007 In brons gegoten spanning, met antennes voor gevaar
Elk kind wordt betoverd door keitjes in de rivier, zand dat door je vingers stroomt, zachte donsveertjes of warme of koude oppervlakken die je kunt aanraken. De wereld van de materie: daar gaat iets betoverends en ook iets troostends van uit.” Yke Prins leeft met de materie. Beelden maken is spelen met materie, schrijft ze in een toelichting op haar werk. En: de materie is wat je tegenkomt. De rest is gedachten, vluchtig. Zo simpel is het. “Hoever ik ook wegzweef in mijn gedachten, als ik iets neerzet in materiaal, dan is het er.” Yke Prins vindt dat ze een primitieve houding heeft ten opzichte van materiaal. “Ik kan nog steeds genieten van knutselen, maar in de reeks beelden die ik inmiddels gemaakt heb, scherp ik steeds aan wat ik met het materiaal doe”. Ze noemt de handelingen die ze op haar materiaal – was – loslaat: vouwen, stapelen, rijgen, breken, handelingen om het materiaal vorm te geven. “Ik ben er eindeloos mee bezig tot het materiaal iets doet wat me bevalt en wat dicht in de buurt komt van de emoties en van de expressie die ik zoek.” Voor de ‘wachters’ gebruikte ze platen was van verschillende dikte. Die worden gebogen en daardoor ontstaat een spanning die in het eindresultaat zichtbaar aanwezig is. De weerstand van het materiaal is nodig om de gewenste vorm te krijgen. “Het gaat ook vaak verkeerd, dan knalt het. Je moet soms eindeloos doorgaan.” Vroeger gebruikte Yke Prins gips om te modelleren. Maar in was kun je een expressie beter vorm geven, is haar ervaring.
De serie ‘wachters’ bestaat uit “vormen die net een dier lijken”. Bijzonder aan de ‘wachters’ is de huid van de beelden. Die is ruw. Je ziet de overgang van de platen, de gevouwen vormen, de indrukken van textiel, een druppelpatroon. Het zijn organische vormen, uitgerust met een oog, ofwel een driedimensionale vorm die alert is en zijn omgeving in de gaten houdt. Soms is er ook een vleugel die het mogelijk maakt weg te vliegen. “In elk geval gaat het om een vorm die bewust is van de ruimte eromheen, bewust ook van mogelijk gevaar.
|
|