Er valt zoveel moois te beleven; je kunt je doel zo gek niet bedenken of je kunt het bereiken. Ademloos sta ik ernaar te kijken, die ongeorganiseerde overvloed. Mijn schilderij toont een schildersroes van licht, kleur en kwaststreken waarin meubels, paperassen en andere zaken versmelten met personages. Ik schilder een onbeduidend ogenblik, waarin niets lijkt te gebeuren. De figuren, die deel uitmaken van het tafereel, blinken uit in passiviteit, lamlendigheid en onmacht. Zij bewonen het doek; zij wonen het uit.