Door herhaaldelijk terug te keren naar dezelfde plekken, ze vast te leggen op verschillende momenten van de dag en vanuit diverse gezichtspunten, tonen de foto’s van Bos zijn geduldige observatie van het landschap en zijn drang om het niet alleen te documenteren, maar ook te begrijpen.
Tot begin jaren 2010 fotografeerde Bos mensen, in het bijzonder de manier waarop zij zich bewegen in de openbare ruimte. Zijn werkterrein was de stedelijke omgeving. Een omgeving die vaak werd omschreven als een ‘mentale ruimte’, meer een beeld dat we in ons hoofd meedragen dan een tastbare werkelijkheid. In lijn met dit concept was zijn fotografie meer gericht op reflectie over de stad dan op een directe ontmoeting ermee.
Zijn ‘stedelijke periode’ eindigde toen hij niet langer het knagende gevoel kon negeren dat hij onderweg iets verloren had. Vooral vroeg hij zich af wat er was gebeurd met de vreugde van het ‘zorgeloos observeren’ die hij ooit had ervaren toen hij spijbelde van school met een camera in de hand, in de bossen rond zijn geboortestad Apeldoorn.
Nu, na jaren werken in natuurlijke landschappen, weet Bos wat er is gebeurd: door observaties te verbinden aan concepten had hij een deel van zijn blik verloren. Door de stad in te ruilen voor het landschap herstelde hij de verbinding met de ‘onvoorwaardelijke observaties’ van zijn fotografische jeugd, door uit zijn denkwereld te stappen en de wereld van de waarneming binnen te gaan, waar grenzen soms vervagen – zelfs die tussen hem en het landschap.
Als fotograaf ben je altijd fysiek ergens aanwezig: dat is op dat moment je ‘hier’. ‘Hier’ is het gebied waar je zintuigen reiken. Gewoon de wereld die je om je heen waarneemt. Het is een open ruimte, ontdaan van egocentrisch perspectief. Je zou het ook zo kunnen zeggen: om hier te zijn, hoef je niemand te zijn. Je bent er al.