De gezichten in mijn werk zijn die van mijzelf. Het zijn geen zelfportretten in fundamentele zin van het woord. Ik speel een rol, maar die is complex. Deze schiet heen en weer tussen combinaties van man, vrouw, volwassene, kind, mens, dier, dader en slachtoffer. Doordat delen van het doek onvoltooid worden gelaten met simpele kwaststreken, wordt de aandacht vooral gevestigd op de personages die de toeschouwer bijna altijd aankijken. Het werk is pas af als iemand ernaar kijkt, en zich bewust wordt van zijn eigen gedachten. Ik wil geen helder verhaal vertellen. Geen eenduidigheid, maar een wisselwerking tussen ogenschijnlijke tegenstellingen; het persoonlijke en het universele, realiteit en fictie, realisme en abstractie. Ambivalent in zowel vorm als inhoud, zijn het beeld en doek gemanipuleerd om de kijker medespeler te maken in dit geschilderde ‘knip en plak’- theater over macht, schuld en schaamte.
Ik schilder “The game of life”, de humor en de pijn, de ontroerende onvolkomenheden van de mens.