Kees Andréa – Overzichtstentoonstelling

Hoe je leven al bepaald kan worden door het gezin waarin je opgroeit, vertelt kunstenaar Pat Andréa, zoon van kunstenaar Kees Andréa (1914-2006). Het gezin woonde in de Ligusterstraat en met zijn broer Hein tekende Pat op lange rollen papier die zijn vader meebracht, gekregen van een vriend die bij de Haagsche Courant werkte. Samen met zijn broer organiseert Pat nu een tentoonstelling met het werk van hun vader Kees.

“Mijn vader nam mij als kleine jongen op schoot en vertelde verhalen over elfen en kabouters. Hij tekende er dan sprookjesachtige afbeeldingen bij, die iets hadden van Kees Andréa en van Chagall, een schilder waar hij grote bewondering voor had. Mijn hele wereld werd dan een verhaal op papier. Ook mijn broer was een goede tekenaar, maar hij was veel expressiever. Ik vond tekenen het leukste wat er was, maar mijn tekeningen waren eigenlijk te goed. Soms zei mijn vader: je moet eens kijken naar de kleuren van je broer. Dat frustreerde mij, blijkbaar kon ik wel tekenen, maar niet kleuren. Onze moeder zat ook op de kunstacademie en werd illustratrice. Ik zie het nog voor me. Het was hard werken, voor één afbeelding moest ze voor elke kleur een aparte tekening maken.”

Kees Andréa was een allround kunstenaar. Hij werd het meest bekend met zijn schilderijen maar ontwierp ook monumenten, maakte glas-in-loodramen voor kerken, was textielkunstenaar, graficus en ontwerper van mozaïeken. Tot op hoge leeftijd werkte hij door; in 2004 had hij een grote tentoonstelling in het Kunstmuseum ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag. In het prentenkabinet zijn nog ruim veertig werken van hem te vinden.

“Zijn eerste reis naar Hongarije was heel belangrijk voor hem. Hij maakte de reis in 1939 samen met Livinius van de Bundt, die later de Vrije Academie oprichtte. Alles leek daar groener. Er hing een soort dromerige sfeer, zonder scherpe contrasten, zonder schaduwen, zoals op het werk van Chagall. Het was een soort vochtige atmosfeer. Je voelde de nattigheid in die schilderijen, het groen ziet eruit alsof het net geregend heeft,” vertelt Pat.

Kees Andréa kreeg een beurs van de KLM en ging in 1949 met het vliegtuig naar Spanje om er drie maanden te blijven. Zijn vrouw kwam hem liftend achterna met huisvriend en kunstschilder Piet Nieuwenhuizen. Pat en Hein bleven bij opa en oma. Pat was toen acht. “Mijn vader is door zijn reis naar Spanje heel erg veranderd. Hij was nooit zo’ n drinker, maar in Spanje heeft hij wijn leren drinken. Hij stuurde ons briefkaarten uit het exotische land van stierengevechten, waar wij nog nooit van hadden gehoord. Ik was heel erg trots op hem. Het waren briefkaarten met een gouden randje, waar hij dan de stierenvechten op had geschilderd in roze, goud en geel. De stierenvechters droegen roze kousen. Het was een hele andere wereld.”

De stijl van Kees Andréa hangt tegen het expressionisme aan, maar is poëtischer en realistischer. Zijn werk heeft vaak iets dromerigs, fragmenten uit de werkelijkheid die normaal niet bij elkaar komen, zijn samengevoegd. Hij schilderde landschappen en interieurs met figuren of dieren, met dikke verf. Pat noemt het werk van zijn vader ‘Animistisch’. Het is een filosofische stroming die ervan uitgaat dat ook dieren, planten en zelfs stenen een ziel hebben. Kees wilde op een expressionistische manier het menselijke gevoel benadrukken.

Informatie

Vanaf:
Zaterdag 04 december 2021
Tot en met:
Zondag 02 januari 2022

Waar:
Mesdagzaal

Opening:
Zaterdag 04 december 2021

Opening door:
Pat en Hein Andréa.