Philip Wiesman

Mijn voorkeur bij de grafische technieken is eigenlijk altijd al uitgegaan naar het etsen. Dit was al voor dat ik naar de academie ging, Het is, zo vind ik, de techniek die mij de meeste vrijheid geeft, omdat alles dat je op de etsplaat met de naald in het donkere waslaagje aan het tekenen bent niet definitief is. Je kan alles wat je hebt getekend heel duidelijk zien, omdat overal waar de naald moeiteloos door de donkere etsgrond is heen getekend het lichte metaal er onder duidelijk zichtbaar wordt. Als het gene dat je hebt getekend je niet bevalt, of enige lijntjes hebt neergezet die niet geheel juist zijn, dan neem je een penseeltje dat je in de vloeibare etsgrond doopt om er vervolgens de ongewenste lijntjes weer mee weg te penselen.

Wat later als het oplosmiddel er uit weg gedampt is, kan men er weer overheen tekenen. Pas bij het etsen komen de lijnen er definitief als groeven in de plaat te staan. Bij het maken van de gravure is zoiets niet mogelijk, omdat je met de burijn direct een groef in de plaat graveert, waarbij je de plaat die op een iets bol “kussentje” ligt bij ronde lijnen onder je burijn doordraait. En als het een cirkeltje is, dan is de plaat helemaal ondersteboven geweest.

De graveur zal met meer discipline te werk moeten gaan dan de etser, omdat hij met de burijn de plaat direct bewerk . Fouten kan hij zich dus niet veroorloven. Alleen bij het afdrukken komt het op het zelfde neer, omdat het beide een diepdruk procedé is, waarbij de groeven in de metaalplaat met inkt gevuld moeten worden. Bij de ets zijn de groevener op chemische wijze ingebracht en bij de gravure op “mechanische” wijze. Ook laat de etsnaald zich gemakkelijker bewegen dan een tekenpen met Oost Indische inkt, omdat je er rekening mee moet houden, dat je de inkt uit het pennetje moet kunnen laten vloeien en dat je er niet alle richtingen mee op kunt gaan. Bij het tekenen met de etsnaald kan je net als het potlood alle kanten op.

Ik werk niet in het wilde weg. Want voor ik aan een nieuwe ets begin, ben ik er met mijn schetsboekje al veelvuldig op uit getrokken om buiten de natuur te bestuderen of soms van het onderwerp dat ik buiten aantref enkele tekeningen te maken die ik thuis op de etsplaat ga uitwerken. Uiteraard moeten de perspectieflijnen dan wel geheel vastliggen. Dit geldt ook bij de etsen die uit mijn fantasie zijn voortgekomen, zoals de ets Terminus die in een denkbeeldige stad is gesitueerd.

Impressies